Paardenwelzijn

Huidige pagina: Home / Paardenwelzijn

Welzijn, wat is dat nou eigenlijk?

In het woordenboek staat: “Een toestand dat men zich goed voelt”.

Voor dieren houdt dit in dat u ze zo moet houden dat ze zich goed voelen en in ieder geval niet onnodig lijden. Oftewel hoe voelt het zich ten opzichte van wat er gebeurt. Dit is belangrijk, want het is inmiddels algemeen erkend dat dieren ook emoties hebben en het vermogen hebben om te leren. Het is zelf zo dat ze in staat zijn om alles wat ze meemaken te interpreteren en daarop te reageren.

Verder is er in Nederland ook een wet: Gezondheids- en welzijnswet voor dieren: GWWD (1992).

Artikel 36-1

Het is verboden om zonder redelijk doel of met overschrijding van hetgeen ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar is, bij een dier pijn of letsel te veroorzaken dan wel de gezondheid of het welzijn van het dier te benadelen.

Deze wet is helaas voor velerlei uitleg vatbaar en men is inmiddels ook al bezig om deze wet aan te scherpen.

Goed welzijn

Wat we wel weten is dat goed welzijn bestaat uit de volgende punten:

  • Een grote verscheidenheid van het natuurlijke gedrag; en daar hoort dan ook normale eetlust en normale reacties op prikkels van buitenaf bij
  • Goede (wedstrijd)resultaten
  • Soms of nooit ziek
  • Heel soms verwondingen of ongelukken

Het probleem hierbij is dat het moeilijk te meten/benoemen is.

Verminderd welzijn

Verminderd welzijn kenmerkt zich door:

  • Terugkerende ziekte, verwondingen
  • Verandering in gedrag en fysiologie
  • Geen mogelijkheden om aan te passen
  • Hyperreactiviteit
  • ‘Stalmoed’
  • Agressie
  • Hyper-attachment
  • Hypo-reactiviteit
  • Apathie
  • Lethargie
  • Learned helplessness
  • Ontwikkelingen van stereotypien
  • Pathofysiology (verandering in de hersenen)
  • Stress

Als u een dier koopt wilt u goed voor hem zorgen, u wil zorgen dat hij zich lekker voelt en dat het goed met hem gaat. Dit lijkt allemaal heel logisch en ik vertel vast niets nieuws. Jammergenoeg zijn deze voornemens niet altijd hetzelfde als het daadwerkelijk uitvoeren hiervan. Dat wil niet zeggen dat we ons dier niet de dingen geven die hij sowieso nodig heeft zoals eten, drinken, beweging en een dak boven zijn hoofd. Het is eerder dat we gewoon niet weten wat voor een dier daadwerkelijk noodzakelijk is en geven we het daarom niet. Of we denken dat we hem het beste geven terwijl dit in de ogen van het dier niet het geval is.

Ik citeer hier even een stukje van de inleiding geschreven door Dr. Machteld van Dierendonck uit het boek ‘Gedrag van het Paard’ door Daniel Mills en Kathryn Nankervis waarin zij mooi verteld wat hiermee bedoelt wordt.

Wat mij het meeste opvalt is dat veel mensen hun eigen ideëen en gevoelens projecteren op hun paard (“ik heb het koud dus hij ook, dus hij moet een deken op”). Ze zijn heel vaak van zeer goede wil, maar hen ontbreekt de kennis van wat voor hun paard zelf nu eigenlijk noodzakelijk is, of ze interpreteren zijn gedrag verkeerd. Verder denken veel mensen vooral aan hun eigen gemak. De beste voorbeelden zijn al die paarden die het grootste deel van hun dag opgesloten staan in een stal, omdat hun eigenaren denken dat het ‘veiliger’ is en dat uw paard er mooi schoon en droog bij blijft. Ze hebben vaak de kennis niet dat die paarden regelmatig heel gefrustreerd kunnen raken omdat ze niet kunnen doen waar ze voor gebouwd zijn: sociaal in een groep laagwaardig ruwvoer eten of een beetje met elkaar kroelen. Hun lichaam roept om ruwvoer, om sociaal contact en om controle over hun eigen beweging.

Waar moet u dan op letten?

Bij paarden: Allereerst is een paard niet ontworpen om op te rijden, als u dus een rijpaard wil houden zult u een compromis moeten sluiten tussen wat wij willen en wat tegenover het paard nog eerlijk is. oftewel verdiep u in het wezen van het paard.

De 5 vrijheden

De 5 vrijheden voor dieren (van Brambell)

Als 1 van deze 5 punten niet klopt ontstaat er een welzijnsprobleem voor uw dier en loopt u de kans dat uw dier ziek wordt en of gedragsproblemen kan ontwikkelen.

  • vrij van honger, dorst en onjuiste voeding
  • vrij van lichamelijke ongemakken en verkeerde temperaturen
  • vrij van pijn, wonden en ziekte
  • vrij van angst en chronische stress
  • vrij om het natuurlijke gedrag of gedragspatroon te volgen

Wat houdt dit in voor uw dier:

Voor uw dier betekent dit dat ze sociaal contact nodig hebben met andere soortgenoten.

Dat uw dier het juiste voer en de juiste hoeveelheid voer krijgen (vers, zonder stof, troep, giftige planten en schimmel). En dat deze zijn afgestemd op de hoeveelheid werk/beweging.

Er mag verder geen sprake zijn van chronische stress, pijn, wonden, ziekte en situaties waar uw dier het te warm, te koud, te nat, enzovoorts heeft.

Dat er op een juiste manier wordt getraind, dat de stalling/huisvesting in orde is. Dat er goed en genoeg wordt bewogen en dat als het nodig is er een dierenarts, tandarts, fysiotherapeut enzovoorts bijgehaald wordt.

Leave a Reply

Your email address will not be published.